Z.H.K.H.

Bovenstaande titel zal niet iedereen aanspreken. Waarschijnlijk alleen het mannelijke deel van mijn lezers, en dan alleen nog die mannen die in militaire dienst zijn geweest.

Z.H.K.H. staat voor “Zelf Hulp Kameraden Hulp”. Zeg maar E.H.B.O., of beter nog: B.H.V. wat staat voor Bedrijfs Hulp Verlening. Vooral als je het leger ziet als bedrijf, is B.H.V. het synoniem voor Z.H.K.H.

In mijn diensttijd grapten we dat de beste hulp die je kon bieden ten tijden van oorlog, bestond uit het aanreiken van de gymschoenen. Om er als de sodemieter vandoor te gaan. En wij hadden nog van die blauw/witte, linnen schoenen met gummie zolen. Nike Air was nog niet uitgevonden.

Ik ben afgelopen week begonnen met de B.H.V. training van het bedrijf waar ik de dagelijkse boterham tracht te verdienen. En God mag weten waarom. Want wat is er nou zo leuk aan B.H.V.?

Hoe leuk is het om te moeten komen opdraven als iemand zwaar bloedend achter zijn buro zit? Hoe prettig is het om iemand te moeten reanimeren die de urine de vrije loop heeft gelaten en met het schuim op de mond, buiten kennis, op de grond ligt te lellepoten? Hoe aanlokkelijk is het om iemand te helpen die mogelijk, binnen twee weken na jouw inspanningen, alsnog de pijp uit kan gaan?

Het antwoord kan kort zijn: helemaal NIET.
Daar is helemaal niets leuks aan.

Maar als de B.H.V.-er het niet doet, kan iemand het leven laten.
Dat kunnen voorkomen, is een morele plicht van ons allemaal.

11 september

Dinsdag  11 september 2001. Een vliegtuig boort zich in één van de torens van het World Trade Centre in New York. Zeventien minuten later gebeurd het zelfde in de andere toren. Iedereen die deze dag bewust heeft meegemaakt heeft de beelden voor altijd in het geheugen opgeslagen.

De wereld verandert in twee klappen.

Wat achter blijft is een wereld vol wantrouwen en polarisatie. En een “nieuw” begrip dient zich aan: Ground Zero.
Ground Zero. De benaming voor een plek die achter blijft na de inslag van een bom. Een omschrijving die zowel letterlijk als figuurlijk is uit te leggen.

We zijn negen jaar verder;  zaterdag 11 september 2010. Er heeft iets plaats gevonden wat de wereld heeft veranderd. Mijn wereld, maar ook de wereld van mijn partner, haar dochter en onze schoonzoon.

Ground zero ligt niet in een ver land maar op de vierde verdieping van een ziekenhuis, slechts vierendertig kilometer hier vandaan. De bom is nu niet letterlijk ingeslagen maar toch, de impact is enorm.

Op 11 september 2010, om 02:28 uur precies, is Timo Pieter Louis geboren. Een mooi mannetje van bijna acht pond. Met een zacht roze huidje, een prachtig koppie haar en mooi gevormde vingertjes. Dit keer geen polarisatie op 11 september maar eensgezindheid: dit is het mooiste mannetje op aarde.

Timo betekent zoiets als “Ter ere van God”.  Of zijn ouders dat voor ogen hebben gehad  weet ik niet. Maar ik weet wel, dat ook deze beelden voor altijd in mijn geheugen zullen zijn opgeslagen.

VVD ?

Ik heb de liefste vrouw van de hele wereld. Geen discussie mogelijk. Hoe lief, slim en mooi een andere vrouw wellicht is, zij is het helemaal voor mij. Daar is geen speld tussen te krijgen.

Maar toch. Elke man, en ik ben daar geen uitzondering op, fantaseert wel eens hoe zijn leven er uit zou zien als ie nog vrijgezel was geweest.

Ik denk eigenlijk dat de getrouwde man het vrijgezellen leven idealiseert. Neem nou Benny Nijman: “ een vrijgezel gaat pas slapen als ie al zijn zinnen heeft geblust”.  En mannen geloven dat. Je bent zelf  baas in huis. Hoeft met niks en niemand rekening te houden. Je kan scheten en boeren laten wanneer het jou uit komt. Geen gezeik over bril omhoog of bril omlaag en je kan een week lang van het zelfde bord eten, het wordt toch elke avond schoon gelikt.

Waarom gaat een omroep dan toch op zoek naar een partner voor VVD leider Mark Rutte? Mark Rutte, vrijgezel pur sang! Hoe dom ben je, als je een TV programma  maakt met als titel “Ja ik wil . . . Rutte”?

Mark werkt graag, omringt zich met goede vriend(inn)en en om tot rust te komen neemt ie plaats achter de piano of bezoekt zo af en toe een liberalenborrel. Niemand die Mark vertelt wat ie moet of mag.

Mark staat niet voor niets aan het hoofd van een vereniging waar elke getrouwde man stiekem lid van zou willen zijn; de vereniging voor vrijheid en democratie.

Uit de kast gekomen.

Ondanks dat het ‘zo 1990′ is, kan ik het niet langer voor me houden; ik heb een Lat-relatie. In ons geval staat “Lat” voor ‘Laying Apart Together’. Of in goed geaccepteerd Nederlands; ik ga met je op stap als het mij uitkomt.

Wie niet beter weet zou kunnen denken dat ik je misbruik.  Men zou zich zelfs kunnen afvragen waarom jij je laat misbruiken, maar op de één of andere manier is dit wat wij willen. Is dit de relatie die het beste voor ons werkt. Al meer dan dertig jaar overigens.

Mijn situatie brengt nou eenmaal met zich mee dat we niet al te vaak samen op pad kunnen. Ik heb liever niet dat anderen ons samen zien. En ik wil zeker niet dat mijn vrouw of kinderen ons samen zien. Maar nu, in het donker van de ochtend, moet het maar. Niet dat ik me voor je schaam of zo. Maar toch.

Je geeft me altijd een warm gevoel maar ondanks dat voel ik me ook altijd wat ongemakkelijk bij je. Ik word er zelfs wat klam en zweterig van. En weet je, je ruikt ook niet altijd even fris. Maar dat ter zijde.

In ieder geval zijn we vandaag samen. Vandaag ben je eindelijk uit de kast gekomen. Nu weet ik weer hoe gelukkig ik met je ben. Dat ik altijd op je kan rekenen. Dat je er voor me bent als ik je nodig heb.

Wat moet ik zonder jou?
Je bent een regenpak uit duizenden.

Waarheen? Waarvoor?

Twintig jaar geleden was haar eerste schooldag. Aan het handje door dat grote hek, begeleidt tot in de klas. De eerste stapjes, samen op weg. Maar waarheen?  En waarvoor?

Aanvankelijk ging het haar gemakkelijk af. Na de basisschool vervolgde ze haar weg naar het VWO. Daar kwam het aan op zelfstandigheid en ijzeren discipline. Hoge cijfers waren niet meer zo vanzelfsprekend. Het koste moeite. De buitenlandse talen nekten haar steeds weer. Nee, ze was geen talen mens.

Haar gezondheid liet het soms wel eens afweten. Haar ouders gingen uit elkaar en haar opa overleed. Drama’s die het er niet gemakkelijker op maakten maar ze ging door. Ze blokte voor elk punt, studeerde voor wat ze waard was en na zes jaar was ook deze horde genomen.

De keuze was gemaakt; ze ging farmacie studeren. Noodgedwongen moest ze op kamers. Utrecht werd haar domicilie. Ongewild, weg uit haar vertrouwde Brabantse omgeving. En op zaterdag een baantje, als bijdrage in de kosten. Zelf verantwoordelijk voor studie en welzijn. Het viel niet mee. Soms een herkansing, dan weer tegenwerking van “bureau studiezaken” of het openbaar vervoer. De studie was prioriteit nummer één en soms vergat ze wel eens te leven. Soms vergat ze wel eens te genieten. Maar het einddoel kwam in zicht.

Komende week ontvangt ze haar diploma. Straks is ze “doctorandus”. “Master of Science” heet dat tegenwoordig. Nu nog een baan.

Kleine meisjes worden groot.

Maar haar vader zal trots zijn. Dat weet ik zeker.
Want die vader, dat ben ik.