Bakkie troost

Niet iedereen treft het in het leven. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Eén en ander is kort samen te vatten in het overbekende vierletterwoord: GTST.

Goede Tijden Slechte Tijden, het eeuwig durende gebed zonder einde op RTL-4. Het is daar waar Nederland in 1990 kennis maakte met Arnie. Arnie het Haagse hockey balletje dat in mum van tijd elke bakvis in katzwijm deed belanden.

Voor Arnie zijn het alleen maar goede tijden. In 1996 stopte Arnie de acteur en stond Reinout de presentator op. Maar Reinout wilde meer. Met een eigen productie maatschappij werd het succes voortgezet en prijzen en bekroningen bleven niet uit. In 2005 werd zelfs hoofdprijs Daniëlle Overgaag aan de prijzenkast toegevoegd.  De ster van Reinout Oerlemans bleef stijgen en zijn notering in de Quote lijst steeg evenredig mee. Nederland werd te klein en Oerlemans verhuist naar Hollywood. In 2009 zorgt Reinout voor een kaskraker in de Nederlandse bioscopen met de verfilming van het boek “Komt een vrouw bij de dokter”. Glorie Tijden Super Tijden voor Reinout.

Maar wat ging er mis? Zijn de slechte tijden aangebroken? We weten dat Reinout is teruggekeerd uit  Los Angeles maar wat is er toch aan de hand?

Het lijkt er op dat de Oerlemannetjes in financiële crisis zitten. Reinout was toe aan een bakkie troost en heeft zijn oude metier van (zeer matig) acteur weer opgepakt. Arnie heeft zijn toevlucht genomen tot de reclamespotjes.

Van Douwe Egberts koffie en van geld, krijgt Reinout nou eenmaal nooit genoeg.

Het hek van de Dam

Het is dood stil in Nederland. Dood stil, wil zeggen zó stil dat je er respect mee toont aan de doden die gevallen zijn voor uw en mijn vrijheid, waar ook ter wereld.

Ik ben van ver na de oorlog. Zover ik weet heb ik geen familie die de oorlog niet heeft overleefd. Geen Joden, geen verzetstrijders, geen slachtoffers van bombardementen. Ik ken alleen een paar namen van mensen, uit de verhalen van mijn vader: Paul Windhausen, boswachter Neefs, het drama aan de Vloeiweide en Generaal Maczek. Maar toch ben ik even stil. Stil uit respect.

Respect. Respect in de zin van eerbetoon. Een heel ander soort respect dan het respect van de huidige generatie. Want dat is geen respect. Dat is een eis. Het respect waar ik het over heb ontvang je, of betuig je. Dat is een heel andere vorm van respect dan het respect dat je denkt af te kunnen dwingen. Bijvoorbeeld door  een baseballcap achterstevoren op je hoofd te zetten.

Plots wordt de stilte doorkliefd door een schreeuwende man. Mensen gillen. Paniek. Iedereen rent. Vlucht. De menigte raakt op drift en mensen worden onder de voet gelopen. Hekken vallen om. Het hek is van de Dam.

Zelfs hier, op dit moment is er geen plaats voor twee minuten stilte. Geen plaats voor respect.

Foto: Fotopersbureau Groeneveld / www.pers-fotograaf.eu

Binnen vijf minuten komt een in allerijl afgevoerde dame, geflankeerd door haar zoon en schoondochter, terug op locatie.

De menigte applaudisseert luid.

Respect.

Voldoening, dankbaarheid en …

De vrijwilliger. Volgens “van Dale” iemand die vrijwilligerswerk doet. En  “vrijwilligerswerk” is onbetaald, vrijwillig werk. En “vrijwillig” wordt verklaart als uit vrije beweging, niet gedwongen.

Tegenwoordig worden er steeds meer taken uitgevoerd door vrijwilligers. De trainer van de voetbalclub van uw zoontje, de overblijfmoeder op school; niet-gedwongen en uit eigen beweging staan ze er. Maar als die mensen eens uit eigen beweging zouden wegblijven?

Er is vrijwilligersinzet bij ouderen: de tafeltje-dek-je in de wijk, of  begeleiding bij een bezoek aan de specialist. En bij ordehandhaving (de stewards in het stadion), het semi openbaar bestuur (de wijkraad, de monumentencommissie) en het onderwijs (de voorleesmoeder en de computervader). Allemaal vrijwilligers.

Eén op de vier Nederlanders is vrijwilliger. Maar waarom? Vraag het ze en men antwoord: “het is zo leuk”. Maar wát is er zo leuk dat die mensen dat doen voor niks, nakkes, nada?

Die “van Dale” kan me wat. Uit eigen beweging en ongedwongen? Lulkoek! En “vrijwillig” is al lang niet meer “vrijblijvend”. Ook hoor je vaak dat men er zoveel voor terug krijgt: voldoening, dankbaarheid, waardering.  Voldoening betekend; het voldaan zijn, tevredenheid. Dankbaarheid betekend voldoening gevend. En waardering betekend het op prijsstellen, het gewaardeerd worden.

Je mag dus concluderen dat één op de vier Nederlanders dat werk ontzettend leuk vindt terwijl ie daar iets voor terug krijgt waar ie niet zijn brood mee kan beleggen, geen hypotheek kan betalen en niet mee kan pronken bij de buren. Dat “iets” moet dus wel waardevol en kostbaar zijn.

Dankbaarheid, een schouderklopje, iemand waarderen; het kost niets. Toch resulteert het in werknemers die met plezier naar hun werk gaan. Maar tevreden werknemers functioneren toch beter, en veroorzaken toch minder ziekteverzuim? Een bedrijf met dergelijke werknemers zal dus prima resultaten boeken.

Leert men dat ook op Nyenrode? Doceert men dit aankomende CEO’s aan de Rotterdam School of Management? Geen idee. Ik ben geen manager, ik schrijf vrijwillig columns. Wees me maar dankbaar, het zal me een hoop voldoening en tevredenheid geven.

De kunst van het weglaten

Als kind leerde ik op school dat ‘onze’ Laurens Janszoon Coster de boekdrukkunst had uitgevonden, maar Johannes Gutenberg drukte al in 1455 het eerste boek. Dat hadden ze voor het gemak maar even….. weggelaten.

Gutenburg maakte letters van hout welke ‘op rij’ werden gezet, beschilderd en vervolgens werden er teksten mee ‘gestempeld’. Eerder kende men al wel de zogenaamde blokboeken. Een pagina werd uit één blok hout gesneden die vervolgens als stempel gebruikt werd. Het idee van de losse letters veroorzaakte een enorme ommekeer. Losse letters konden hergebruikt worden waardoor je direct nieuwe teksten kon drukken.

Echter, door de komst van de schrijfmachine (1864), de kopieermachine (1938) en de PC (1981) stond niets de massaproductie van het gedrukte woord nog in de weg. Het produceren van geschreven tekst is tegenwoordig kinderspel. Maar waarom zijn we dan te belazerd om nog iets te schrijven?”

John M. Carroll introduceerde het ‘minimalisme’. De kunst van het weglaten. Minder is meer. Met minder elementen, bereik je meer resultaat. Veel informatie op één computerscherm leidt snel tot onoverzichtelijkheid. Toch? Maar, het minimalisme slaat door. In de geschreven taal althans. En het wordt er niet duidelijker op.

Het begon al in het telegram: “file *stop* boot gemist *stop* 4 uur later”. Wat staat voor: Hoi, ik stond in de file dus heb ik de boot. Ik kom vier uur later.
Of deze advertentie: “TKA, zgan KTV met AB en TT pnotk”. Je zou spontaan denken dat je last hebt van acute woordblindheid.

De kunst van het weglaten? De kunst van het ontcijferen bedoel je.

En het wordt nog gekker. Met de hedendaagse mobiele gadgets is het sport om met zo min mogelijk tekens, een boodschap over te brengen. SMS-en biedt geen plaats voor woorden van vijf letters of meer:
W8 FF  (Wacht even) XIJ (ik zie je). Of: W817 (Wacht eens even). Wat d8 u van de groet: “We beffen nog” (We Bellen, Emailen oF FaxEN nog).  :-) betekent dat ik een grapje maak,  :-(  zegt dat ik er de pest in heb en :-))) betekent dat ik in een deuk lig.

Ltn we ht ovr 1 dng eens zn: zwl Lrns Jnszn Cstr ls Jhnns Gtnberg hddn hn uitvndng vr zch zlf ghdn ls z gwtn hddn dt dt ht rsltt ws gwst vn l hn nspnnngn.

De Wereld Graait Door

Als het even kan kijk ik naar ‘De Wereld Draait Door’; een soort ‘Man bijt hond’ maar dan voor geëngageerd Nederland.
De presentator, zijn tafelheer (of dame) en een handje vol actuele gasten moeten ons ondanks de ’s middags gehouden repetities doen geloven dat het er spontaan en hilarisch aan toe gaat in het Amsterdamse media café Plantage.

Toch krijg ik steeds meer de indruk dat ‘De Wereld Draait Door’ één grote vitrine kast begint te worden waarin iedereen plaats kan nemen vermits er voldoende pegulanten op tafel worden gelegd. Een strategie, afgekeken van onder andere niemand minder dat Oprah Winfrey, die de producenten van het programma geen windeieren zal leggen.

Vreemd genoeg wordt het programma niet uitgezonden op de commerciële zenders maar op één van de met overheidsgelden gesubsidieerde nationale zenders en gemaakt door een publieke omroepvereniging die met dat zelfde overheidsgeld zijn activiteiten ontplooit; de VARA.

Op hun website meldt de VARA in hun ‘missie en identiteit’: “als journalistieke organisatie stelt de VARA geen mening voorop, maar laat ze mensen graag zelf nadenken”. Ook stelt de VARA dat zij “als onafhankelijke en progressieve omroep” wil “bijdragen aan een samenleving waarin zoveel mogelijk mensen goed geïnformeerd zijn”.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat die onafhankelijkheid de laatste tijd aardig onder druk staat en dat de VARA voor óns bepaald wat onder ‘goed’ verstaan moet worden.

We zullen eens zien welke gasten Felix Rottenberg vanavond weer in zijn programma heeft uitgenodigd.