Posts Tagged ‘Breda’

Elke stad verdient een Topmanager

Toen ik van Breda naar Dordrecht verhuisde wist ik wél wat ik achterliet maar níet waar ik in terecht zou komen. Inmiddels voelt Dordrecht als een warme jas maar ik heb nog altijd goede herinneringen aan de Parel van het Zuiden.

Toch doet Dordrecht niet onder voor Breda. Je kijkt je ogen uit in die historische binnenstad met fraai gerestaureerde panden uit een rijk handelsverleden.

En juist dát doet me weer denken aan Breda. Of beter gezegd, aan iemand die me altijd is bijgebleven uit mijn tijd in Breda namelijk; Aad Ouborg.

Ik herinner me uit die jaren, die kleine autootjes met “BaByliss” op de zijkant. Ik snapte er toen geen bal van dat die kerel zo’n succesvol bedrijf verkocht. Wat bezielde die man om daarna weer helemaal opnieuw te beginnen? Maar toch had zijn “Princess” weer succes. Nu met “toasters” en “juicers” die wij thuis gewoon broodrooster en citruspers noemde.

Ik snapte toen nóg minder van het zakenleven dan nu. Maar “meneer Ouborg” snapte dat toen al heel goed. En die zelfde “meneer Ouborg” snapt ook heel goed dat bijzondere monumentale panden behouden moeten blijven voor een stad. Daar mag Breda heel blij mee zijn.

Maar ook Dordrecht heeft panden die het behouden waard zijn. “De Holland” is zo’n pand. Een prachtig historisch kantoorpand uit 1939 van architect Sybold van Ravesteijn.

Nee, Dordrecht doet niet onder voor Breda.

Maar ik kan het niet ontkennen, Dordrecht heeft tot mijn spijt, geen Aad Ouborg.

 

Vakantieherinneringen

De zomervakantie nadert met rasse schreden. Ik denk terug aan de tijd dat ik nog “grote” vakantie had. Ging u ook naar de Speelinstuif?

Het moet eind jaren ’60 geweest zijn, wellicht begin jaren ’70. De lagere schooljeugd van Breda leefde zich helemaal uit in de Speelinstuif. Eerst nog in stadsschouwburg Concordia, later verhuisde het hele spektakel naar het veel modernere Turfschip aan het Chasséveld.

Onder de bezielende leiding van Geert Gielen, verzorgden tientallen vrijwilligers, drie weken lang, het vertier voor de Bredase jongeren. Linoleum snijden, figuurzagen, koekjesbakken op een echt gasfornuis, typen op de schrijfmachine en racen op die super lange racebaan. Wat een contrast met de huidige virtuele wereld van Playstation en Nintendo 3DS.

Ik herinner me agent Buurmans waarbij je aan de hand van dia’s, verkeerssituaties moest beoordelen en de volgorde van voorrang moest intoetsen in een kastje met knoppen. Wie alles goed had kreeg een poster van Veilig Verkeer Nederland of zoiets.

En Piet Dekkers. Een lange, magere, ietwat goeiige oude man, met wie je een uurtje mocht vissen in de Wilhelminavijver. Die vijver zat barstens vol vis, maar behoorde toe aan de bejaardenbond. De Speelinstuif was de enige mogelijkheid voor mij om daar te mogen vissen. Voorn en bliek in overvloed.

Soms denk ik “die jongen van de racebaan” te herkennen op het station van Dordrecht. Maar de Speelinstuif is niet meer. Het Turfschip evenmin. Wellicht zijn ook een aantal van bovengenoemde personen ons inmiddels ontvallen. Maar die herinnering blijft. Elke zomervakantie weer.

Trots en Fier(a)

“Brabanders vervuld van trots om Fyra” zo schreef een krant. Hoezo trots? Eindelijk een trein in Oosterhout? Waar gaat dit over?

Fyra is een treindienst, verzorgd door de NS en zijn Belgische collega de NMBS. De hogesnelheidstreinen zullen van Amsterdam, via Rotterdam en Antwerpen, naar Brussel gaan rijden. Sinds 3 april wordt er nu dus ook Breda aangedaan. Hoera!

Ik vraag me alleen af hoelang, en vooral wíe, er in die jubelstemming zal blijven. Op dit moment kent de Fyra namelijk een bezettingsgraad van ca. 15%. En dat is bar weinig.

De Brabantse politiek spreekt van een enorme ‘boost’ voor de bereikbaarheid van Brabant, de zakelijke dienstverlening en het toerisme. Maar dan moeten er wel reizigers instappen in die Fyra.

50% van de ondervraagde Bredanaars zegt door Fyra, een baan in de Randstad niet uit te sluiten. 70% van de Bredanaars denkt met Fyra makkelijker te gaan shoppen in de randstad. Is dat goed voor het Brabantse bedrijfsleven?

3 op de 10 treinreizigers “overwegen” om met Fyra te gaan reizen.
7 op de 10 treinreizigers denkt daar dus helemaal níet aan.

NS meldt een toenemend aantal reizigers. Maar dat is grotendeels te danken aan de steeds verder gereduceerde toeslagen. Men overweegt zelfs de toeslagen af te schaffen.

Al vanaf 2013 moet Fyra de overheid jaarlijks 168 miljoen euro gaan betalen om over het HSL-spoor te mogen rijden.

Ik mag hopen dat er vooraf een goede kosten/baten analyse is gemaakt.

Anders is Fyra voor je het weet, volledig uitgerangeerd.

Kastanjebomen verdwijnen

Laatst was ik weer in Breda. Haast als vanzelf, reed ik naar de Baronielaan. Ik móest, naar de Baronielaan.

Ik parkeer in de Okeghemlaan en mijn oog valt op wat ooit “ons” speeltuintje was. De zandbak, de bankjes, alles weg. Het trapveldje getransformeerd tot basketbal playground. Ik herken de lange muur van Trianon. Heel wat ballen heb ik er tegenaan getrapt, velen gingen er overheen. En dan stiekem de bal terughalen, en hopen dat je niet werd “gepakt”.

Ik bereik de Baronielaan. Huisnummer 244. Herinneringen wellen op. Achter die ramen, op de bovenste verdieping, was mijn slaapkamer. In de winter, ijsbloemen op de ruiten en wind door de kieren. De openslaande deuren met het balkonnetje op de eerste verdieping. En beneden, de winkel; “Beatrix” stond er op de winkelruit. Mijn ouders hebben hier geploeterd. “Hard voor weinig”, zou men nu zeggen. Hoe zou het er nu van binnen uitzien? Bel ik aan? Toch maar niet.

De slagerij op nummer 246 is er nog. Ooit was ik hier kind aan huis. Het winkeltje van Fri van Zundert is nu een kinderopvang en in de sigarenwinkel van Bleumink huist tegenwoordig een bloemenzaak.

Ik wandel naar de achterkant van mijn geboortehuis. Schuurtjes en muurtjes ontnemen mij het zicht op mijn oude achtertuin, maar kunnen niet verhullen, dat de immense kastanjeboom inmiddels is gekapt.

“De jongste van de bloemist” loopt, geheel anoniem, door zijn oude buurt.

Kastanjebomen verdwijnen uit tuinen.
Families verdwijnen uit straten.
Herinneringen blijven. Waarschijnlijk voor altijd.

Het tuinpad van m’n vader

Wim Sonneveld zingt op m’n iPad over het tuinpad van zijn vader. Ik weet net dat ik ga schrijven voor BredaVandaag.nl en onwillekeurig moet ik terug denken aan het tuinpad van mijn vader.

Dat tuinpad lag aan de achterkant van Baronielaan 244 waar mijn ouders een bloemenwinkel hadden. In 1982 verhuisde ik naar de nieuwbouw wijk Haagse Beemden en kort daarna verdween ook de bloemenwinkel uit de laan.

Ik was Breda niet uit te krijgen en Brabant verlaten was al helemaal ondenkbaar. Toch woon ik nu aan de andere kant van het Hollands Diep en kom ik veel te weinig in Breda. Ooit keer ik terug naar Breda, zo dacht ik, maar steeds vaker ontdek ik dat Breda mijn Breda niet meer is. Mijn leven ging door, en ook Breda leefde verder.

Mijn Breda was het Breda van de Kwatta en de Etna. Het Breda van “Moeke Mols”, “het Stoombotje” en de “Gasjusvelden”. In mijn Breda stond het Laurentius ziekenhuis aan de Ulvenhoutselaan en “het Ignatius”aan de singel, tegenover “de koepel”.

De krant heette nog gewoon “De Stem” en werd gedrukt in de Reigerstraat. Ik bezocht de “speelinstuif” in Concordia en later in ’t Turfschip. Ik heb zelfs nog gezwommen in “Prinsen Plassen”.

Ik word een ouwe zak geloof ik. “Het maakt me wat melancholiek” zingt Sonneveld in m’n oordopjes. Ik moet weer eens gaan kijken, daar aan de Baronielaan, op nummer 244.

“Ik was een kind, hoe kon ik weten. Dat dat voorgoed voorbij zou gaan . . .”